Geschiedenis van Bonaire

De geschiedenis van Bonaire is boeiend en turbulent. Het eiland is miljoenen jaren geleden uit de oceaan verrezen en bewoond door verschillende volkeren die een stempel op de geschiedenis van het eiland gedrukt hebben. Velen denken dat het woord Bonaire afgeleid is van het Franse woord ‘bon air’ (zuivere lucht), echter het eiland is waarschijnlijk door de Spaanse ontdekkingsreiziger Alonso de Ojeda vernoemd naar het indiaanse woord voor laagland namelijk ‘bojnaj’. Indianen beweren dat de woorden ‘boy nayil’ ten grondslag liggen aan de huidige naam Bonaire.

 

Het ontstaan van Bonaire

Miljoenen jaren geleden is Bonaire ontstaan als gevolg van een botsing tussen het Caribische Plateau en de platen Faralla en Altalia. Een enorme landmassa werd vervolgens boven het wateroppervlakte uitgetild. De wind en het regenwater hebben vervolgens miljoenen jaren op het gesteente ingebeukt met als gevolg dat het landschap van Bonaire aanzienlijk is afgeplat. Een gedeelte bestaat uit vulkanisch gesteente maar het grootste deel van Bonaire bestaat uit kalksteen. Deze kalksteen is ontstaan als gevolg de afzetting van kalk door de poliepen van steenkoraal. 

 

 

Indianen

Een paar duizend jaar voor dat onze jaartelling begon woonden er al indianen uit Zuid-Amerika op Bonaire. De indianen hadden zich in die tijd over het Caribische gebied verspreid, daarom is het gebied vernoemd naar de Carib-indianen. De eerste groepen indianen leefden als semi-nomaden op Bonaire, zich voedend met de dieren van de zee. Latere groepen, waaronder de Caiquetío’s (een stam van het volk van de Arowakken), hadden een vaste verblijfplaats en bedreven naast visserij ook landbouw. Archeologische vondsten (o.a. werktuigen en schelpsieraden) en rotstekeningen op Bonaire herinneren aan het indiaanse verleden. Bonaire werd bevolkt door hooguit een paar honderd indianen. Toen de Spanjaarden Bonaire ontdekten leefden de indianen overigens nog in het ‘stenen tijdperk’.

 

Spanjaarden

In 1499 zette volgens de overlevering de Spanjaard Alonso de Ojedo als eerste Europeaan voet op Bonaire en Curaçao. 1499 is in ieder geval een belangrijk jaartal in de geschiedenis van Bonaire. In dat jaar verscheen het eiland voor het eerst op de ‘Mapa Mundi’: de beroemde wereldkaart van Juan de la Cosa. Op deze kaart wordt Bonaire Brazieleiland genoemd vanwege de grote hoeveelheid brazielbomen die het eiland destijds rijk was. Vanaf 1499 begon de kolonisatie van de Benedenwindse Eilanden door de Spanjaard en geldt dit jaartal als het begin van de geschiedenis.

 

 

Brazielhout

De bast van het brazielhout wordt ook wel verfhout genoemd. Het hout werd gebruikt voor het maken van rode kleurstof die vervolgens werd gebruikt in de textielindustrie. Later kwamen de Spanjaarden erachter dat er geen goud en geen bruikbare landbouwgronden op Aruba, Bonaire en Curaçao waren en toen noemden ze de eilanden islas inutile (nutteloze eilanden). Alle indianen werden vervolgens door de Spanjaarden van de eilanden afgevoerd en te werk gesteld in de Spaanse kopermijnen en op de suikerplantages van Hispaniola. Uiteindelijk hebben de Spaanse kolonisten veel verschillende diersoorten op het eiland ingevoerd (geiten, koeien, paarden en varkens) voor het vlees en huiden, die verder weer op andere omringende Caribische eilanden verhandeld werden.

 

Hollanders

In het midden van de 17de eeuw zocht de West-Indische Compagnie (WIC) een nieuw steunpunt voor hun vaart op Zuid-Amerika en een marinehaven voor haar kaperschepen. In 1634 werd daarom beslag gelegd op Curaçao onder leiding van Johannes van Walbeeck. Twee jaar later, in 1636 werden vanaf Curaçao ook Bonaire en Aruba veroverd op de Spanjaarden. Door de opbloeiende haringvisserij ontstond er bovendien een enorme behoefte aan zout in Holland. De WIC was dus ook op zoek naar plaatsen waar men gemakkelijk zout (het witte goud) kon oogsten en Bonaire was daar zeer geschikt voor. Daarnaast was Bonaire rijkelijk beplant met brazielhout (verfhout) en pokhout, waar ook een grote markt voor was. De eerste door de WIC aangestelde Nederlandse gouverneur van Bonaire was overigens Wouter van Twiller. In het begin werd op Bonaire veel vee gefokt en maïs verbouwd ten behoeve van de bewoners van Curaçao, maar wat dieper in de 17de eeuw werd de zoutwinning steeds belangrijker en werden ook massaal zwarte Afrikaanse slaven ingezet bij het zware werk in de zoutpannen en op de plantages. Een zwarte bladzijde uit de vaderlandse geschiedenis.

 

Peter Stuyvesant

De beroemde Nederlandse koloniaal bestuurder Peter Stuyvesant heeft ook een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Bonaire. Peter Stuyvesant was in dienst van de West-Indische Compagnie en werd in 1639 benoemd tot directeur-generaal van Curaçao. Dat betekende ook dat hij het bevel voerde over de twee andere Benedenwindse Eilanden: Bonaire en Aruba. Peter Stuyvesant bracht in 1662 een kort bezoekje aan Aruba. Nadat de bestuurszetel van ‘Nieuw Nederland’, van Curaçao naar Nieuw Amsterdam werd verplaatst, verhuisde Stuyvesant mee naar het huidige New York waar hij uiteindelijk stierf in 1672.

 

 

Slavernij

De slavenhandel uit de 17de eeuw die opgezet werd door de Hollanders, Engelsen, Fransen en Portugezen, vormt een zwarte bladzijde uit de wereldgeschiedenis. Zwarte Afrikanen werden vanuit Afrika naar het Caribische gebied verscheept en daar verhandeld om tewerk gesteld te worden in Noord-Amerika, Zuid-Amerika en op de Caribische eilanden. Hier moesten de slaven zwaar werk verrichten op de verschillende soorten plantages, in de havens en in de zoutpannen. In totaal vervoerden Hollandse schepen een half miljoen slaven van de westkust van Afrika naar de koloniën in de ‘West’. In 1863 werd de slavernij in de Nederlandse kolonies volledig afgeschaft.

 

Zoutwinning

Nadat Willem Beukelszoon uit Biervliet in de veertiende eeuw het haringkaken uitvond, ontstond er een enorme behoefte aan zout in Europa. Bij het haringkaken wordt o.a. zout gebruikt om de haring langer te kunnen bewaren en dat principe zorgde voor een revolutie in de voedselvoorziening. De condities op het zuidelijk deel van Bonaire zijn ideaal voor de winning van het zilt. Dit is dan ook de reden dat op de dag van vandaag nog steeds aan commerciële zoutwinning wordt gedaan op het Caribische eiland. In de 19de eeuw is meer dan 50.000 kilogram zout van Bonaire naar Nederland verscheept. Het is nu het Amerikaanse bedrijf Cargill dat het zout oogst uit de Caribische Zee en verscheept naar de VS waar het verdere bewerkingen ondervindt en o.a. als strooizout en waterontharder wordt ingezet. Cargill produceert jaarlijks ongeveer 400.000 ton zout. Bonaire bezit een flink aantal zoutmeren (saliñas). Deze saliñas bevinden zich voornamelijk in het noorden van Bonaire in het Washington Slagbaai National Park. Een zoutmeer is een binnenmeer waar wel water kan instromen maar geen water kan uitstromen. Wanneer het gaat om een kunstmatig meer (kom) voor de zoutwinning wordt gesproken van een zoutpan. Deze zoutpannen bevinden zich in het zuiden van Bonaire. Doordat het water alleen kan verdwijnen door te verdampen, wordt de zoutconcentratie in het resterende water steeds hoger. Als de aanvoer van het water minder is dan de verdamping, zal al het water uiteindelijk verdwijnen en blijft er een zoutvlakte achter waar men dan vervolgens het zout van kan oogsten. Tegenwoordig wordt voor het delven van het zout moderne technologie en machinekracht ingezet. Vroeger ging dat uiteraard anders, maar het onderliggende principe is nog steeds hetzelfde. Een bekken (zoutpan) laat men vollopen met zeewater, de watertoevoer wordt afgesloten en de zon doet de rest. Het water verdampt na verloop van tijd en de zoutkristallen zijn vervolgens van de drooggevallen bodem af te scheppen. Het zout wordt vervolgens gewassen en een paar maanden gedroogd vooraleer het middels transportbanden in schepen wordt geladen. 

 

In het verleden werden hier slaven te werk gesteld. Het was extreem zwaar werk onder de immer verschroeiende koperen ploert. Er zijn in die tijd ook slavenhuisjes gebouwd waar de slaven de nacht konden doorbrengen, zodat ze niet iedere dag op en neer naar hun dorpen Tera Cora, Antriol en Rincon hoefden te lopen. Deze kleine stenen hutjes waren net groot genoeg voor twee personen.

Wisselende eigenaren

In de 19de eeuw wisselde Bonaire een paar keer van eigenaar. Afwisselend waren Engelsen en Hollanders de baas op Bonaire; Engeland was in oorlog met het Frankrijk van Napoleon en veroverde tot twee maal toe Bonaire op de Hollanders. Uiteindelijk kwam in 1816, na de vrede van Londen, Bonaire definitief weer in Nederlands bezit.

 

Macamba`s

Blanke Nederlanders en andere blanken mensen die heden ten dage op Bonaire leven, wonen en werken worden door de lokale Bonairiaanse bevolking macamba’s genoemd.





 

x

Bonaire Paradise maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies