Hollanders

In het midden van de 17de eeuw zocht de West-Indische Compagnie (WIC) een nieuw steunpunt voor hun vaart op Zuid-Amerika en een marinehaven voor haar kaperschepen. In 1634 werd daarom beslag gelegd op Curaçao onder leiding van Johannes van Walbeeck. Twee jaar later, in 1636 werden vanaf Curaçao ook Bonaire en Aruba veroverd op de Spanjaarden. Door de opbloeiende haringvisserij ontstond er bovendien een enorme behoefte aan zout in Holland. De WIC was dus ook op zoek naar plaatsen waar men gemakkelijk zout (het witte goud) kon oogsten en Bonaire was daar zeer geschikt voor. Daarnaast was Bonaire rijkelijk beplant met brazielhout (verfhout) en pokhout, waar ook een grote markt voor was. De eerste door de WIC aangestelde Nederlandse gouverneur van Bonaire was overigens Wouter van Twiller. In het begin werd op Bonaire veel vee gefokt en maïs verbouwd ten behoeve van de bewoners van Curaçao, maar wat dieper in de 17de eeuw werd de zoutwinning steeds belangrijker en werden ook massaal zwarte Afrikaanse slaven ingezet bij het zware werk in de zoutpannen en op de plantages. Een zwarte bladzijde uit de vaderlandse geschiedenis.

Terug naar geschiedenis van Bonaire 

nieuwsbrief

Mis geen enkele aanbieding of lastminute van Bonaire Paradise, schrijf u in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte

x

Bonaire Paradise maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies